
Crossing the Borders
3/7 – 12/7
Dragon Teeth
Curated by AiNIN,
Peter Schneider.
Von Coelsstrasse 404
Aachen – Eilendorf (D)
Vernissage: Vrijdag 10 juli, 17:00 uur, gratis

Info
The dragon teeth of the Siegfried Line, objects that are meant to terrify, obtain robes to transform them into beauty and cuddliness.
By covering them with textile, the emphasis moves to the essence of the obstacles: the contours, the shape, the volume and the structure. The wrapping transforms these objects into abstract works of art. This creates a sense of wonder and forces spectators to pause and look at their surroundings with different eyes.
The dressed dragon’s teeth refer to World War II in a different way: no battle and destruction, but softness and colours.
The objects are dressed temporarily, which is what makes them valuable. A few days after completing their tenue, everything disappears and only memories and photographs remain.
In the project Crossing the Border, 12 artists create their own art work around the dragon teeth of Aachen.
The artists: Anna & Michael Rofka (D), Anne Mangeot (F), Bart Ensing (NL), Donald Buglass (NZ), François Davin (F), Joelle Xavier (NZ), Leli Hoch (SA), Lorna Green (UK), Marian Hulshof (NL), Peter J.M. Schneider (D), Sally Ducrow (F), Susanne Ruoff (D)
In Aken, waar dit kunstproject plaatsvindt, maken de drakentanden deel uit van De Westwall, die door de geallieerden Siegfriedlinie genoemd werd. Dit is een circa 630 kilometer lange verdedigingslinie die liep vanaf de Zwitserse grens bij Bazel tot de Duitse plaats Kleve. De bouw van de Westwall, onder leiding van ingenieur Fritz Todt, duurde van 1936 tot 1942 en bestond uit bunkers, tankversperringen en loopgraven.

Aken wordt rondom door de verdedigingslinie beschermd, want dit was een belangrijk industrieel gebied. Dit stuk linie werd voltooid in april 1940. Hier werd een nieuw type bunkers gebouwd, uitgevoerd in 2 meter dikke muren of nog dikker, die beschermden tegen vrijwel alle toen bestaande bommen en granaten.
In de laatste fase van de oorlog waren de geallieerden in staat de linie te doorbreken, door stalen platen op de drakentanden te leggen.

Hij is er nog, de Siegfriedlinie. Gehavend en overwoekerd , maar nog steeds zichtbaar. Kenmerkend voor de hedendaagse Westwall zijn de lange rijen drakentanden die overal in het landschap te vinden zijn. Deze Höckerlinien zijn in twee groepen te verdelen waarvan de eerste groep dateert uit 1938. Deze Höckerlinien bestaan uit vier rijen drakentanden en hebben een gemeenschappelijke breedte van zeven meter. De tweede groep Höckerlinien bestaat uit vijf rijen drakentanden die samen een breedte hebben van 13.45 meter en dateert uit 1939. Naast deze drakentandversperringen zijn er ook anti-tankmuren (Panzermauer) in de Westwall gebouwd. Deze hadden een hoogte van drie meter en bestonden net als de drakentanden uit gewapend beton. Een derde versperring die met enige regelmaat in de Westwall was te vinden, waren de metalen Hemmkurven. Dit waren grote metalen driehoeken die meestal werden geplaatst om straten en wegen af te sluiten. Van de Höckerlinien zijn nog vele kilometers terug te vinden. Deze werden meestal geplaatst op open vlaktes om pantservoertuigen tegen te houden. De tankmuren zijn een stuk zeldzamer in de Westwall maar rond Aken zijn nog 2 stukken van een paar honderd meter terug te vinden. De Hemmkurven zijn vermoedelijk allemaal na de oorlog opgeruimd. Ook zijn er vele anti-tankgrachten gegraven waarvan er veel na de oorlog weer zijn dicht gegooid.
Sloop van de Westwall
Hoewel de Westwall ooit het grootste bouwproject van de wereld was, is hier tegenwoordig nog maar weinig van te zien. Al in de oorlog werden enkele delen van de verdedigingslinie opgeblazen nadat de linie was doorbroken. Men vreesde dat de Duitsers de bunkers weer zouden innemen om ze vervolgens in te zetten in de strijd. Hiervoor was een speciale tak van het geallieerde leger in het leven geroepen die de bunkers direct na de strijd opblies of vol stortte met zand. Na de oorlog kwam de vernietiging van de Westwall pas echt op gang toen het geallieerde opperbevel opdracht gaf alle verdedigingswerken op Duits grondgebied af te breken. Dit werd voor het grootste deel door het Franse leger uitgevoerd die eerst alle pantserkoepels en pantserdelen naar Frankrijk liet afvoeren om de bunkers vervolgens op te blazen met explosieven. Tegen het einde van 1946 betekende dit dat er ruim 4600 bunkers van de ooit 18.000 bunkers waren opgeruimd.
De sloop van de Westwall ging door tot het moment dat de Bondsrepubliek Duitsland in 1949 werd opgericht. Vanaf dat moment werd de sloop door Duitsland zelf voortgezet omdat veel van de bunkers en met name de kilometerslange tankversperringen in de weg lagen. Hierbij speelde ook dat Duitsland de tastbare herinneringen aan de oorlog wilde uitwissen om met een schone lei aan de toekomst te bouwen. In de jaren zeventig begon men in te zien dat de restanten van de Westwall een historisch belang dienden en onderdeel uitmaakten van de Duitse geschiedenis. In 1979 werden daarom veel van de overgebleven bunkers als beschermd aangemerkt, mede omdat rond de linie een uniek natuurgebied was ontstaan waar zeldzame planten en dieren hun toevlucht hadden gevonden. Vanaf de jaren tachtig werden er steeds meer bunkers opgeknapt om ze open te stellen voor publiek in de vorm van Westwall-Musea. Vanaf de eeuwwisseling vervult de Westwall ook een toeristische functie, aangezien veel mensen geïnteresseerd zijn in sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Hierdoor worden er tegenwoordig steeds vaker informatieve bordjes bij de resterende bunkers geplaatst en verschijnen er steeds meer wandelroutes die de mensen de weg wijzen langs de restanten van deze ooit machtige maar tegenwoordig bijna uitgewiste verdedigingslinie.